Jessicabijvang

 

Denken we te veel en voelen we te weinig?

Denken we te veel en voelen we te weinig?

In mijn praktijk ontmoet ik mensen die vaak veel aankunnen. Ze werken hard, zorgen goed voor anderen, maken doordachte keuzes. Aan de buitenkant klopt het vaak. En toch hoor ik regelmatig dezelfde zinnen: “Ik weet eigenlijk niet meer wat ik voel.” Of: “Ik blijf maar doorgaan, maar waarvoor eigenlijk?”

We leven in een tijd waarin denken vanzelfsprekender is dan voelen. Waar tempo normaal is en stilstaan bijna ongemakkelijk. Waar groei wordt gezien als vooruitgang, ook als die ons innerlijk uitput.

In dit artikel onderzoekt Parooljournalist Raounak Khaddari wat die voortdurende groeidrang met ons doet. Ze stelt een eenvoudige maar wezenlijke vraag: wat gebeurt er wanneer we vooral denken en te weinig voelen?

Het is een stuk dat raakt aan iets wat veel mensen herkennen, maar moeilijk onder woorden kunnen brengen. Over prestatiedruk, over leegte, over het verlies van contact met jezelf. En over de moed die nodig is om weer te luisteren naar wat er vanbinnen leeft.

Ik deel het hier graag.

Groet,

Jessica

Parooljournalist Raounak Khaddari (31) ontleedde de ziekmakende gevolgen van groeidwang: ‘We denken te veel en voelen te weinig’


Raounak Khaddari25 november 2025, 03:00

Raounak Khaddari is verslaggever en journalist bij Het Parool, waar ze over onderwijs en jongeren schrijft. Ze is ook auteur van ‘Even goede vrienden’, over vriendschap.
Raounak Khaddari is verslaggever en journalist bij Het Parool, waar ze over onderwijs en jongeren schrijft. Ze is ook auteur van ‘Even goede vrienden’, over vriendschap.Roeltje van de Sande Bakhuijzen

Nadat Parooljournalist Raounak Khaddari (31) haar vorige werkgever na drie weken had verlaten, wilde ze weten waarom ze niet eerder naar haar gevoel had gehandeld. In Hoe voel je (je)? doet ze onderzoek naar gevoel in de prestatiemaatschappij en ontdekt ze waar onze fatalistische groeidwang vandaan komt.

is onderwijsverslaggever van Het Parool

Wat is voelen? Volgens Van Dale is voelen: ‘(in het algemeen)merken, bemerken, beseffen’. Een antwoord waar je precies niets aan hebt.

Kunnen we goed genoeg voelen? Het korte antwoord: we kúnnen het allemaal, maar we doen het te weinig. En de gevolgen van niet naar ons gevoel handelen kunnen desastreus zijn. Charlie Chaplin schreef in The Final Speech from The Great Dicator: ‘We think too much and feel too little. More than machinery, we need humanity; more than cleverness, we need kindness and gentleness. Without these qualities, life will be violent and all will be lost.

Het levenstempo gaat al honderden jaren omhoog; de inkomens stijgen, het aantal hoogopgeleiden stijgt, status is zichtbaarder geworden en het hoogst haalbare is voor veel mensen net voldoende. We worden constant geconfronteerd met beelden van hoe we zouden moeten zijn. Sociale media, reclames en maatschappelijke verwachtingen schetsen een ideaalplaatje waar we onszelf mee vergelijken. Het resultaat is een voortdurend gevoel van tekortschieten. Wie niet voldoet, voelt zich afgewezen, zowel door de buitenwereld als door zichzelf. De angst voor sociale uitsluiting – of zoals hoogleraar economie Kees Cools het noemt: de sociale dood – is groot.

Die diepe, oerdiepe angst zorgt ervoor dat we koste wat kost proberen erbij te horen. De prijs daarvan is hoog: we verliezen door de groeidwang het contact met wie we werkelijk zijn.

Prestatiedruk, versnelling en individualisme

Wanneer je geen contact voelt met jezelf, een innerlijke leegte voelt, zoek je meestal troost buiten jezelf. Zoals een van de onderzoekers die ik over dit onderwerp sprak, filosoof Liesbeth Feikema, zei: ‘We zoeken troost in wat de economie ons aanbiedt.’ De economie speelt hierop in. Het systeem draait op onze behoefte aan bevestiging, aan spullen, aan consumptie. We denken dat geluk te koop is – een nieuwe auto, een duur horloge, een perfecte vakantie – terwijl dat slechts een vlucht is voor wat we vanbinnen niet durven te voelen. Feikema: ‘Als wij vol zijn vanbinnen, dan snakken we niet meer naar iets vanbuiten.’ Deze zin raakt de kern.

Het probleem is dat we geen tijd nemen om vol te worden vanbinnen. We rennen mee op de snelweg van groei en presteren, zonder stil te staan. We blijven hongerig naar iets buiten onszelf, zonder ooit echt verzadigd te raken. Dit heeft grote gevolgen, niet alleen voor individuen maar ook voor de samenleving. Burn-outs, depressies, gevoelens van zinloosheid: het zijn allemaal symptomen van een systeem waarin we ons gevoel negeren. Onze samenleving is ingericht op groei, op harder werken, meer verdienen, meer consumeren. Maar wat als we de verkeerde kant op groeien? Wat als deze manier van leven ons eerder ziek maakt dan vervult? Is onophoudelijke groei houdbaar? Zijn we tevreden? Het korte antwoord: zelden.

Zolang we met ons lichaam achter ons hoofd aan lopen, passeren we onszelf. En dat zien we terug in onze samenleving, waar de mentale gezondheid onder druk staat en we zoeken naar middelen om weer dichter bij onszelf te komen. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving sloeg in oktober 2025 nog alarm en stelt dat we leven in een hypernerveuze samenleving waarin prestatiedruk, versnelling en individualisme zijn doorgeschoten.

Waarneming

We hoeven niet per se een stap terug te doen met z’n allen. Niet direct, in ieder geval. We moeten als individu een stap dichter naar onszelf zetten en voelen wat we (niet) willen om erger voor te zijn.

‘Wat voel je nu?’

‘Hoe voel je je?’ 

‘Hoe moet je dat gevoel interpreteren?’

‘Wil je naar dat gevoel handelen?’

Deze vragen lijken eenvoudig, maar zijn vaak verrassend moeilijk te beantwoorden. Hoe kunnen we iets uitleggen wat we niet vast kunnen pakken, wat we soms zelf niet begrijpen?

Iets anders: als een boom in een bos omvalt en er is niemand in de buurt om dat te horen, maakt het dan geluid? Deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag komt van de Ierse filosoof George Berkeley. Anders gezegd: bestaan dingen ook als ze niet worden waargenomen? Of nog preciezer: bestaat de wereld los van ons bewustzijn?

Berkeley was een radicale denker. Hij geloofde niet dat de wereld bestaat uit een fysieke werkelijkheid die onafhankelijk is van de geest.

Integendeel: hij stelde dat ons bestaan en het bestaan van de wereld en onze waarneming onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Esse est percipi is zijn beroemdste uitspraak, ‘zijn is waargenomen worden’. Een boom die omvalt en geen waarnemer in de buurt heeft om het geluid op te vangen, maakt volgens Berkeley geen geluid. Niet omdat de boom niet omvalt, maar omdat geluid als beleving, dus de trilling en de ervaring van die trilling, pas bestaat als het ervaren wordt. Wat heeft dit te maken met voelen? vraag je je nu af.

Vormloos en ongrijpbaar

Als we Berkely’s theorie over het geluid van de boom zouden doortrekken, dan zouden gevoelens dus ook pas echt bestaan op het moment dat we ze toelaten, opmerken, waarnemen. Zolang we onze emoties negeren, onderdrukken of overschreeuwen, leven ze buiten het bereik van onze ervaring – als bomen die vallen in het bos, zonder publiek, en dus zonder geluid te maken. Gevoel is, net als waarneming, radicaal subjectief. Het is niet tastbaar, niet meetbaar, en bovenal: voor ieder mens volkomen uniek. En toch delen we allemaal precies dát: de ervaring dat voelen ingewikkeld is, glibberig, vormloos en ongrijpbaar; onzichtbaar, maar daarmee niet onbelangrijk. Integendeel.

We zijn geneigd om voelen te willen objectiveren. We willen er woorden aan geven, schema’s maken, rangordes aanbrengen: dit is boos, dat is verdriet, dit is trauma. En dat kan helpen, vandaar dit boek. Maar ontstaat het gevoel pas echt op het moment dat we het waarnemen, ervaren, erkennen? Lezen over gevoel brengt ons niet dichter bij ons eigen gevoel. Het geeft er wel betekenis aan, het maakt het minder spannend, het creëert begrip voor het gevoel van anderen en het helpt om stappen te ondernemen om bij ons gevoel te komen, maar we moeten het nog steeds zelf voelen.

We ervaren onze gevoelens pas als we ze willen en durven voelen. Als we uitgaan van Berkeley’s filosofie komen we tot een ongemakkelijke conclusie: gevoel dat we niet waarnemen, is er niet. Of beter gezegd: het heeft geen vorm, geen werkelijkheid. Pas als we het voelen, krijgt het betekenis. Of op z’n Berkeley’s vertaald: er vallen continu ‘bomen’ in ons lijf en in ons hoofd, maar we horen ze niet. Pas als we de tijd nemen om te luisteren, wordt het geluid.

Amber van der Hoorn

Raounak Khaddari: Hoe voel je (je)? Een rationele zoektocht naar het onzichtbare. Verschijnt 25 november bij uitgeverij Spectrum, €21,99.