Jessica Bijvang

 

Ik wil gewoon weten wat ik moet doen

vrouw staat stil in drukke stad met hand op borst, ogen gesloten, aanwezig in het moment

Ik wil gewoon weten wat ik moet doen

Geef me de tools.

 

Het is de vraag die ik het vaakst krijg. En ik begrijp hem volledig.

De mensen die dit zeggen hebben vaak al een hele weg afgelegd. Ze hebben boeken gelezen, misschien The Body Keeps the Score van Bessel van der Kolk, of het werk van Gabor Maté over het effect van verborgen stress.  Ze hebben podcasts geluisterd, retraites gevolgd, soms jarenlang therapie gedaan.

Ze zijn moe van reflecteren.

 

Moe van begrijpen zonder dat er werkelijk iets verandert.

 

En dan komt die vraag: geef me nu eindelijk de tools. Zeg me wat ik moet doen.

Ik snap die vraag. Echt. Maar ik wil ook eerlijk zijn over wat er vaak onder zit. Want soms is de vraag om tools niet alleen een praktische vraag. Soms is het ook een vraag om houvast. Om controle. Om zekerheid dat er een methode is, een bewezen pad, iets waaraan je je kunt vasthouden.

En dat is heel begrijpelijk. Zeker als denken jarenlang je meest betrouwbare strategie is geweest.

 

Waarom je hoofd steeds weer het stuur overneemt

Stel je voor. Je zit in een vergadering. Een collega onderbreekt je voor de derde keer. Je voelt een bekende spanning in je borst. Je merkt dat je ademhaling verandert. Je schouders trekken iets op.

En voor je het weet, heb je het alweer laten gaan.

Achteraf begrijp je precies wat er gebeurde. Waarom het je raakte. Wat je had willen zeggen. Maar in het moment zelf was je weg.

Dat is hoe je zenuwstelsel werkt.

 

Je brein en lichaam reageren razendsnel op signalen die als onveilig worden ervaren. Vaak sneller dan je bewuste denken kan bijhouden. Op het moment dat je spanning voelt, heeft je systeem al gekozen voor de bekende route. Inhouden. Aanpassen. Harder nadenken. Glimlachen terwijl je eigenlijk boos bent. Of juist reageren vanuit scherpte, terwijl je later denkt: dit was niet wat ik wilde.

Dat zijn patronen die ooit logisch waren. Misschien hebben ze je geholpen om je staande te houden, om niet te veel ruimte in te nemen, om controle te houden. Maar wat ooit hielp, kan later een automatische route worden. Ook als die route je nu niet meer dient.

 

Het probleem met nog meer reflecteren

Reflectie is waardevol. Inzicht is waardevol. Maar op een bepaald punt wordt meer reflecteren gewoon meer van hetzelfde, zeker als je analytisch bent ingesteld.

Je denkt over wat je voelt, in plaats van dat je werkelijk voelt wat er gebeurt. Je maakt een analyse van je emotie terwijl die er is. Dat voelt actief, alsof je ermee bezig bent. Maar soms brengt het je juist verder weg van het moment, verder weg van je lichaam, verder weg van wat er nu gebeurt.

Je kunt dan precies uitleggen waarom je dichtklapt, waarom je over je grenzen gaat of waarom je blijft malen. Maar op het moment dat het gebeurt, neemt het oude patroon het toch weer over. Dat is frustrerend. En eerlijk gezegd ook uitputtend.

Want je weet het allemaal al. Alleen kun je er nog niet altijd naar handelen.

 

Waarom tools niet altijd het echte antwoord zijn

Tools kunnen zeker helpend zijn. Een ademhalingsoefening kan helpen. Een grondingsoefening kan helpen. Een concrete vraag kan helpen om weer even contact te maken met jezelf. Maar alleen als die tool past bij wat er werkelijk speelt.

En daar gaat het vaak mis.

Want veel mensen verzamelen tools alsof ze een gereedschapskist aanleggen voor een huis waarvan ze nog niet goed hebben onderzocht waar de schade zit. Op papier ligt alles klaar. Maar op het moment zelf grijp je toch naar de oude reflex. Je zenuwstelsel valt onder druk terug op wat vertrouwd is. Dat is simpelweg hoe het werkt.

Daarom is de echte vraag niet alleen: welke tool moet ik gebruiken? Maar ook: wat gebeurt er precies in mij, waardoor ik die tool op het moment zelf niet kan toepassen?

Dat is een wezenlijk andere vraag. En daar begint het echte werk.

 

Wat er wél werkt

Verandering begint vaak niet met een grote ingreep. Het begint met iets wat eenvoudig klinkt maar in de praktijk behoorlijk veel vraagt: waarnemen in het moment zelf.

Niet analyseren. Niet verklaren. Niet meteen oplossen. Alleen opmerken.

Ik voel spanning in mijn borst. Mijn ademhaling wordt oppervlakkiger. Mijn schouders trekken omhoog.

Drie seconden aanwezig blijven bij wat er fysiek gebeurt, zonder meteen naar het hoofd te schieten. Want in die paar seconden kan er iets belangrijks ontstaan: ruimte. Ruimte tussen de prikkel en je automatische reactie. En in die ruimte begint keuzevrijheid.

Van daaruit kun je pas onderzoeken welke manier van werken passend is. Want wat voor de één werkt, werkt voor de ander niet. Er is geen methode die voor iedereen de oplossing is, ook al wordt dat soms zo verkocht. De werkvorm die jou helpt, hangt af van wat er bij jou speelt, hoe jouw systeem reageert en wat jouw dagelijkse werkelijkheid vraagt.

 

Waarom dit vaak begeleiding vraagt

Dit is geen trucje dat je één keer leert en daarna netjes toepast. Was het maar zo overzichtelijk. Dan konden we allemaal na drie ademhalingsoefeningen verlicht door het leven en had niemand meer een vraagstuk. Nu hoor ik je denken: ja, dat lijkt me fantastisch. En ik snap dat. Maar zo werkt het helaas niet. Of misschien gelukkig niet.

Want echte verandering is een proces waarin je systeem langzaam leert dat een andere reactie mogelijk is. In echte situaties, met echte spanning, met echte mensen.

Daarom helpt begeleiding. In aanwezigheid van iemand die rustig blijft, scherp waarneemt en afstemt op wat er bij jou gebeurt, kan je systeem iets nieuws ervaren.

 

Wat de vraag om tools eigenlijk zegt

Als ik doorvraag bij mensen die om tools vragen, blijkt er vaak iets anders onder te zitten. Niet alleen: vertel me wat ik moet doen. Maar ook: geef me iets waarmee ik grip houd terwijl ik verander.

Dat begrijp ik. Zeker als je gewend bent om veel te dragen, scherp te denken en onder druk te functioneren. Maar echte verandering vraagt niet om nóg meer controle. Het vraagt om genoeg veiligheid om iets anders toe te laten. En dat voelt vaak ongemakkelijk. Juist omdat het nieuw is.

 

Tot slot

Als je je herkent in de vermoeidheid van het reflecteren, dan zegt die vermoeidheid iets. Dat je ver bent gekomen op inzicht, discipline en wilskracht. En dat je systeem nu iets anders vraagt.

Niet meer denken over wat er gebeurt. Maar leren waarnemen wat er gebeurt, terwijl het gebeurt.

Daar begint vaak de volgende stap.

 

Als je wilt onderzoeken wat er bij jou gebeurt en welke manier van werken daarbij past, dan praat ik graag met je verder in een kennismakingsgesprek.

 

Warme groet,

Jessica

 

Vond je dit interessant: lees dan ook: Waarom alleen denken niet helpt