
26 apr FAWNING: VERLIES JIJ ENERGIE DOOR JOUW SOCIALE OVERLEVINGSSTRATEGIE?
Je kent het wel. Je zit in een overleg, of je bent op een feestje, en nog voordat iemand iets heeft gevraagd, ben je al aan het scannen. Je voelt de spanning bij je collega, je ziet de rimpel in het voorhoofd van je partner, en onbewust schiet je in de actie. Je lacht een beetje extra, je stemt in met een plan waar je eigenlijk niet achter staat, of je zegt direct ‘ja’ tegen een klus waar je helemaal geen tijd voor hebt.
Achteraf voel je je niet prettig. Soms ben je moe, of zelfs een beetje leeg. Alsof je weg bent gegaan bij jezelf.
Tegenwoordig horen we de term fawning steeds vaker. Op social media vliegen de posts je om de oren, maar wat is het nu eigenlijk? En waarom doen we dit onszelf aan?
Van kwispelen naar overleven
Het woord ‘fawn’ heeft een bijzondere geschiedenis. Vroeger werd het vooral gebruikt om het gedrag van een hond te beschrijven: dat enthousiaste kwispelen en vleiend opspringen om een aai te krijgen, of straf te ontlopen. In de psychologie is fawning de vierde stressreactie. Naast vechten, vluchten of bevriezen, is er een vierde weg: aanpassen.
Wanneer vechten of vluchten voor je gevoel geen optie is, kiest je zenuwstelsel voor een heel slimme strategie: de ander sussen. Door de behoeften van de ander haarscherp aan te voelen en daarop te anticiperen, creëer je veiligheid voor jezelf. Want als de ander tevreden is, ben jij veilig. Althans, dat is wat je systeem denkt.
De scherpe antenne
Veel van ons gedrag, het niet durven zeggen van ‘nee’, de drang om altijd de lieve vrede te bewaren, is een overlevingsmechanisme. Die antenne heb je misschien als kind al ontwikkeld om veilig te blijven in een onvoorspelbare omgeving. Alleen staat die antenne nu, als volwassene, soms zo scherp afgesteld dat hij bij elk zuchtje wind al alarm slaat.
Dat is niet iets om je voor te schamen. Het is eigenlijk heel bewonderenswaardig hoe creatief je lichaam is geweest. Maar in de wereld van nu is die oude strategie vaak je grootste energielek geworden. Je bent verbonden met de ander, maar je bent jezelf ergens onderweg een beetje kwijtgeraakt.
Hoe krijg je de regie terug?
Het doorbreken van dit patroon vraagt om zachtheid en geduld. Geen grote sprongen, maar kleine verschuivingen. Hier zijn vier dingen die je kunt proberen.
Gun jezelf een pauze. Fawning is een reflex, het gaat razendsnel. Spreek daarom met jezelf af dat je nooit direct ‘ja’ zegt. Een bufferzin zoals “Wat een goede vraag, ik kom er zo even op terug” geeft je zenuwstelsel de kans om even uit de overlevingsstand te stappen. Die paar seconden zijn genoeg om te voelen wat jij eigenlijk wilt.
Scan je lichaam, niet de kamer. Een fawner is een expert in het lezen van de buitenwereld, maar voelt zichzelf vaak niet meer. Zodra je spanning voelt, verleg je aandacht naar binnen. Wat gebeurt er in je buik? Zit je ademhaling hoog? Daar, in jouw lichaam, liggen je grenzen. Niet buiten.
Oefen klein met nee zeggen. Nee zeggen voelt in het begin doodeng. Oefen daarom op kleine dingen. Geef aan dat je liever een andere film kijkt. Sla dat extra koekje over omdat jij dat wilt, niet omdat iemand het vraagt. Door deze kleine momenten leert je zenuwstelsel dat de wereld niet vergaat als je niet meebeweegt.
Vraag jezelf af hoe oud je je voelt. Soms reageren we op een collega of een vriend alsof het die onvoorspelbare persoon uit ons verleden is. Op zo’n moment is het waardevol om jezelf te vragen: hoe oud voel ik me nu eigenlijk? Je bent geen kind meer dat afhankelijk is van de glimlach van de ander. Je overleving hangt daar niet meer van af. Je bent veilig, ook als de ander even niet blij met je is.
De wereld wordt niet onveiliger als jij stopt met pleasen. Ze wordt simpelweg eerlijker. En dat is precies de plek waar jouw echte kracht weer de ruimte krijgt.
Warme groet,
Jessica
