
17 mei Als alles klopt, waarom voelt het dan niet zo?
Over de automatische piloot, vage ontevredenheid en het verlangen naar bezieling
Je staat bij de supermarkt. Alweer.
Dezelfde winkel, dezelfde mensen bij de kassa, hetzelfde brood in je mandje. En dan, zonder duidelijke aanleiding, valt er een raar soort gevoel over je heen.
Iets wat je niet goed kunt benoemen. Een soort stilte van binnen, midden in de drukte.
Even maar. Dan is het weer weg.
Je pakt je boodschappen en gaat verder.
Misschien herken je dit niet van de supermarkt, maar van ergens anders.
In de file op vrijdagmiddag. Op een verjaardagsfeestje terwijl iedereen gezellig praat. Op een willekeurige avond waarop alles gewoon is, en je toch even niet weet waarom je je zo leeg voelt.
Want je weet ook: het gaat eigenlijk goed. Je hebt werk, mensen om je heen, vakanties, plannen. Er zijn mensen die dat allemaal niet hebben. En dat is ook echt waar.
Maar het knaagt toch.
Dat gesprek ken je wel. Met jezelf, stilletjes, onderweg, vlak voor je slaapt. Waarin je jezelf probeert uit te leggen dat het gewoon zo is.
Ik ben moe. Het is druk. Dit hoort nu eenmaal bij volwassen zijn. Iedereen heeft dit.
Misschien heb je deels gelijk.
Maar dan, op een avond in de auto na een lange dag, klinkt op de radio Is dit nu later van Stef Bos. En ergens vanbinnen valt het even stil. Want die vraag, zo eenvoudig en zo zacht, raakt precies aan iets wat je al een tijdje probeert te overstemmen.
Is dit het nou? Is dit het leven waar ik ooit naartoe werkte?
De automatische piloot
Op een bepaald moment, je kunt niet meer precies zeggen wanneer, is het leven vanzelf gegaan.
Je deed wat logisch was. Wat verwacht werd. Wat paste bij de fase waarin je zat. Iemand zei dat je ergens goed in was, en je ging het doen. Je nam de functie aan omdat het een mooie stap was, en dat was het ook. Je voldeed aan verwachtingen. Je ging mee in wat het leven van je vroeg, in wat de samenleving als succesvol ziet.
Zo bouw je iets op.
Maar ergens in dat opbouwen ben je opgehouden te vragen wat jij eigenlijk wilde. Niet in één keer. Gewoon geleidelijk. Zoals je jarenlang dingen kunt doen omdat het altijd zo ging, omdat het zo gegroeid is, totdat je op een dag merkt dat je nooit echt hebt nagedacht of het ook jouw keuze was.
Zo gaat het met meer dingen dan je denkt.
Met de rol die je speelt op je werk, thuis, bij vrienden. Met de verwachtingen waaraan je voldoet zonder ooit te hebben gevraagd of je ze zelf ook had gesteld. Met de manier waarop je je energie verdeelt. Met hoe vanzelfsprekend je jezelf soms wegcijfert.
Je leven is niet slecht. Maar het voelt ook niet echt levend.
Je bent vooral verder gegaan.
Leven van houvast naar houvast
Ergens is de vakantie het punt geworden waarop je eindelijk adem haalt. Waarop je even niet op de automatische piloot loopt. Even gewoon bent, zonder de rollen, zonder de agenda, zonder het gevoel dat je nog iets moet.
En daartussen functioneer je. Goed zelfs.
Maar functioneren is niet hetzelfde als leven.
En dat verschil voel je. Vaag, op de achtergrond, op die gekke momenten bij de supermarkt. Een zeurende leegte die er soms is en dan weer verdwijnt. Een onverklaarbare moeheid die niet weggaat na een weekend vrij. Een vage ontevredenheid die je niet goed kunt vastpakken, want als je het hardop zou zeggen klinkt het overdreven.
Ik heb alles. Waarom voel ik me dan zo?
Je zegt het niet hardop. Want wat moet je ermee? Dus zeg je dat je moe bent, dat het druk is, dat het beter wordt als de volgende fase voorbij is.
En intussen wacht je. Op de vakantie. Op later.
Het heeft een naam
Er is een woord voor wat er ontbreekt. Geen geluk, want geluk komt en gaat. Geen succes, want succes kun je hebben en toch leeg zijn.
Het woord is bezieling.
Niet als iets groots of verhevens, maar als iets eenvoudigs en wezenlijks: het gevoel dat je zelf weer aanwezig bent in wat je doet. Dat iets in jou aanspringt, puur omdat het klopt. Omdat het energie geeft in plaats van alleen maar energie kost. Omdat je er wakkerder van wordt.
Niet elk moment hoeft te gloeien. Niet alles in het leven hoeft leuk te zijn. Er zijn verplichtingen, verantwoordelijkheden, saaie stukken, zware stukken. Dat hoort erbij.
Maar de vraag is of er genoeg is wat jou voedt. Genoeg wat dat vonkje doet oplichten. Genoeg waardoor de rest niet alleen draaglijk is, maar ook betekenis krijgt.
Als dat evenwicht er niet is, voel je dat. Een zachte leegte op de achtergrond. Alsof je leven goed georganiseerd is, maar jijzelf er een beetje naast staat.
We zijn gaan geloven dat een goed georganiseerd leven hetzelfde is als een goed geleefd leven.
Dat is niet altijd zo.
De vraag die niemand hardop stelt
Er zijn dingen die we liever niet benoemen. Omdat ze ingewikkeld zijn. Omdat ze iets van ons vragen. Omdat ze soms pijnlijk zijn om onder ogen te zien.
Zoals de vraag: waar ben ik eigenlijk klaar mee, ook al ben ik er goed in?
Dat is een confronterende vraag, maar ook een bevrijdende. Soms begint verandering niet met een groot besluit, maar met eerlijk durven benoemen wat je al langer voelt.
Niet om je leven langs een meetlat te leggen, maar om te onderzoeken of er meer ruimte mogelijk is voor wie jij nu bent.
Wat roept er van binnen?
Die vage ontevredenheid, die zeurende leegte, die automatische piloot, ze vragen om aandacht. Misschien is het iets in jou dat meer wil dan alleen verder gaan.
Meer voelen. Meer aanwezig zijn in je eigen leven. Meer contact maken met wat jij eigenlijk wilt, los van wat logisch is, wat verwacht wordt, wat nu eenmaal zo gegroeid is.
Want ergens weet je het al. Dat er een verschil kan zijn tussen het leven dat je leidt en het leven dat bij je past.
En dan, op zo’n moment bij de supermarkt of in de auto, komt onder die ene vraag misschien nog een andere vraag tevoorschijn.
Niet alleen: is dit het nou?
Maar ook: waarvoor ben ik eigenlijk gemaakt?
Misschien is dat stemmetje het waard om naar te luisteren.
Lees verder over coaching en counseling bij patronen in werk en privé
