
28 apr Waarom zoveel vrouwen van onder de veertig omvallen en wat er écht nodig is
Je kent haar vast…..
Ze heeft een veeleisende baan en levert kwaliteit. Of ze nu een gezin heeft of niet, haar leven is vol. Overdag vergaderingen, klantgesprekken, deadlines. ’s Avonds een diner, een borrel, een afspraak die eigenlijk ook werk is. De grens tussen werk en privé is allang niet meer scherp. Deze lopen vaak in elkaar over.
Na dat diner gaat ze nog even een sportklasje pakken. Niet omdat ze er zin in heeft, ze is eigenlijk te moe. Maar bewegen is goed voor je, dat weet ze. Wat ze eigenlijk wil, is gewoon even niets doen. Maar dat lukt haar steeds moeilijker. Stilzitten voelt als niets doen.
Thuis gaat de laptop nog even open. Niet omdat ze een workaholic is, maar omdat ze overdag simpelweg niet aan alles toekomt. De vergaderingen laten geen ruimte. Dus de echte werktijd verschuift naar de avond, naar de momenten die eigenlijk herstel hadden moeten zijn.
Het weekend staat vol. Vrienden, familie, verjaardagen, afspraken die ze zelf heeft gemaakt en ook oprecht waardeert. Maar ergens heeft ze het gevoel dat ze nooit echt kan ontspannen. Dat ze zelfs op de momenten die bedoeld zijn om bij te komen, niet echt tot rust komt.
Op zondagavond lukt het slapen vaak niet zo goed want morgen is het alweer maandag.
Gelukkig werkt ze op maandag thuis. Dat geeft haar tenminste een kleine buffer voordat dinsdag alweer begint met een agenda vol meetings. Die maandag thuis is geen luxe meer. Het is een noodzaak.
Ze vraagt zich weleens af hoe lang ze dit nog volhoudt en of ze het eigenlijk nog wel wil.
Maar toch zet ze door want de baan is ook leuk en misschien wordt het binnenkort wat rustiger wanneer er weer nieuwe collega’s worden aangenomen.
EEN CIJFER DAT JE NIET KUNT NEGEREN
Afgelopen april gaf de scheidend voorzitter van het UWV, Maarten Camps, bij zijn vertrek een scherpe waarschuwing af. Het aantal mensen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvraagt, stijgt elk jaar. Vorig jaar waren dat er bijna 97.000. En als er niets verandert, staan er in 2030 zo’n 200.000 mensen langer dan vier maanden op een wachtlijst.
Maar wat me het meest trof in zijn woorden was niet het getal. Het was dit:
“Er zijn steeds meer mensen met psychische problemen, relatief veel jonge vrouwen van onder de 40.”
Geen uitzondering. Een trend.
Hij noemt de oorzaken: de combinatie van werk en privé, hoge eisen aan jezelf, sociale media die leiden tot een permanente ratrace. En dan voegt hij iets toe dat bijna terloops klinkt, maar de kern raakt: er moet meer worden gedaan om te voorkomen dat mensen ziek worden.
Preventie. Maar hoe? Daar stopt het interview.
WAT IK ELKE DAG ZIE IN MIJN PRAKTIJK
In mijn werk als coach en counselor ontmoet ik de vrouw die ik hierboven beschrijf. Ze functioneert nog, soms uitstekend. Maar ze voelt aan alles dat er iets niet meer klopt. Ze is moe op een manier die na een weekend niet verdwijnt. Ze herkent zichzelf niet meer in de automatische piloot waarop ze leeft.
Ze weet het ook zelf. Ze heeft nagedacht, gelezen, gereflecteerd. Maar weten is niet hetzelfde als veranderen. Want verandering vindt niet plaats in je hoofd. Die vindt plaats in het moment zelf, in de drie seconden voordat je automatisch ja zegt op het verzoek dat je eigenlijk te veel is. Voordat je de laptop alweer openklapt terwijl je lichaam al lang om rust vraagt.
Dat moment gaat razendsnel. En het herhaalt zich elke dag.
HET SYSTEEM REAGEERT TE LAAT
Camps pleit ervoor de volgorde om te draaien: niet eerst beoordelen, dan begeleiden, maar mensen direct begeleiden. Een verstandig pleidooi voor wat er al mis is gegaan.
Maar ik wil een stap verder terug.
Want er zit een moment vóór de uitval. Een moment waarop iemand al voelt dat het zo niet meer kan, maar nog niet is omgevallen. Dat is het moment waarop échte preventie mogelijk is. Niet als programma of cursus, maar als een bewuste keuze om te stoppen met wachten tot je lichaam de beslissing neemt die jij zelf niet durfde te maken.
De vrouwen die ik begeleid herkennen zichzelf vaak niet in het woord ‘uitval’. Dat is voor anderen. Zij staan op, ze leveren, ze gaan door. Tot het moment dat doorgaan geen optie meer is.
Want stoppen voelt als falen.
Terwijl het in werkelijkheid het begin is van iets anders.
WAT ER ÉCHT NODIG IS
Preventie begint niet bij een loket. Het begint bij de vraag die je jezelf ’s avonds eigenlijk al stelt, maar snel wegduwt:
Hoe gaat het nu echt met mij?
Niet functioneel. Niet in termen van wat je hebt gedaan of nog moet doen. Maar écht.
Wat kost je energie die het eigenlijk niet waard is? Waar ga je steeds over je eigen grens heen, en waarom? Wat zou je doen als je vanavond gewoon mocht doen waar je werkelijk behoefte aan hebt?
Die vragen zijn ongemakkelijk, maar belangrijk. Omdat ze het verschil kunnen maken voor jouw gezondheid, je werk en je levensvreugde.
Warme groet,
Jessica
---
Lees het volledige interview met Maarten Camps: Link naar het artikel
Herken je jezelf hierin en wil je onderzoeken wat er voor jou nodig is? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.
