Jessicabijvang

 

Dertig, die magische leeftijd

Dertig, die magische leeftijd

Een moment waarop je het “voor elkaar” zou moeten hebben. Een basis, een richting, een leven dat ergens op lijkt.

In mijn praktijk hoor ik het vaak anders.


Juist bij goed opgeleide professionals die reflectief zijn en gewend om hun doelen te halen, sluipt rond de dertig een hardnekkige onrust naar binnen. Soms begint die als vage twijfel. Soms als vermoeidheid. En vaak als een innerlijke stem die zich steeds nadrukkelijker laat horen: is dit het dan?

Het ongemak zit zelden in wat er ontbreekt, maar juist in wat er wél is.


Een baan. Een relatie. Een huis. Stabiliteit.
En toch geen rust.

In het artikel hieronder beschrijft journalist Stijn De Wandeleer op indringende wijze hoe hij zelf rond zijn dertigste in een identiteitscrisis belandde. Hij verweeft zijn persoonlijke ervaring met inzichten van psychologen en sociologen en laat zien hoe deze twijfel niet alleen individueel is, maar nauw samenhangt met onze tijd, onze keuzes en de maatschappelijke verwachtingen waar we ons, vaak onbewust, toe verhouden.

Het is een herkenbaar, eerlijk en genuanceerd stuk over existentiële twijfel, keuzestress en het spanningsveld tussen willen en moeten.

Een artikel dat geen snelle oplossingen biedt, maar wel iets wezenlijks doet: het laat zien dat vragen over richting, zingeving en gemaakte keuzes rond de dertig normaal zijn, dat je er niet alleen in staat en dat er ruimte mag zijn om ze hardop uit te spreken.

Waarom belanden dertigers in een identiteitscrisis? ‘Ik ging van zeurende ontevredenheid naar acute paniek en radeloosheid’

Bron: demorgen.BE

Stijn De Wandeleer29 november 2025, 03:01

Stijn De Wandeleer werd 30 en die verjaardag bracht heel wat onzekerheden met zich mee.
Stijn De Wandeleer werd 30 en die verjaardag bracht heel wat onzekerheden met zich mee.Rebecca Fertinel / Elise Vandeplancke

Dertig worden: voor sommigen is het een mijlpaal, ­anderen komen in een forse identiteitscrisis terecht. Journalist Stijn De Wandeleer fileert zijn eigen jaar van ­existentiële twijfel en spreekt met experts over waarom de kaap van dertig vandaag zo zwaar weegt.

Er gebeurt iets eigenaardigs wanneer je het einde van je jaren als twintiger nadert. Plots begint iedereen je te pas en te onpas te vragen hoe je je voelt bij het idee om binnen afzienbare tijd 30 te worden.

Het trof me altijd als een banale vraag en ik vond het gewicht dat aan 30 worden vasthangt in het beste geval lachwekkend, in het slechtste geval ergerlijk.

Meestal antwoordde ik dat ik al een tijd als dertiger leefde, of tenminste als wat het cliché daarvan wil hebben, en dat ik niet inzag hoe effectief 30 worden daar iets aan zou veranderen.

Waar ik rond me medetwintigers gulzig zag experimenteren met relaties en seks, of om de haverklap van job zag veranderen, koos ik al vroeg voor standvastigheid. Mijn werk was de god die ik aanbad, ik ontmoette mijn vriend op mijn 21ste en zat sindsdien met hem in een – tegenwoordig vermeldenswaardig – monogame relatie en ik heb nooit getwijfeld of ik in een ander land, zelfs in een andere stad dan Gent zou willen wonen.

Ik zou de dingen die ik al deed dus gewoon blijven doen, hopelijk met iets meer geld op mijn bankrekening, en met een beetje meer mentale rust. Maar zoals het veel elegant uitgekiende plannen vergaat, liep het natuurlijk níét zo.

Is dit het dan?

Toen ik in de zomer voor ik 29 werd plaatsnam achter mijn bureau in het koophuis dat ik samen met mijn lief had gerenoveerd, en waar de nieuwe pleister nog uithardde aan de muren, besefte ik dat ik nu alles had om – op papier althans – gelukkig te zijn. Maar dat ik het niet wás.

Waar ik ooit zo had gesnakt naar rust en zekerheid, voelde het nu alsof al die standvastigheid zich om me heen had gesloten als een vangnet. Ik besefte dat ik op mijn 29ste al zoveel eerste keren voor het laatst had beleefd. Als ik naar de toekomst keek, zag ik vooral verstikkende herhaling.

“Ah, het ‘Is dit het dan?’-gevoel, antwoordden vrienden en familie toen ik hen schoorvoetend over mijn opflakkerende identiteitscrisis vertelde. Maar het gevoel had scherpere tanden dan wat zeurende ontevredenheid en transformeerde zich in een paar weken tot acute paniek en radeloosheid.

Toegegeven: ik voel me hopeloos verwend en ondankbaar wanneer ik het allemaal zo neerschrijf. Ik weet maar al te goed wat voor een luxe het is om als twintiger vandaag zelfs maar een huis te kúnnen kopen en ik besef dat er veel groter leed in de wereld is dan de vraag of ik mijn eigen kleine leven wel zinvol genoeg heb ingericht.

We leven in een land waarin we ons niet hoeven bezig te houden met de vraag of een drone morgen ons huis zal verwoesten. Alleen dat al zou genoeg moeten zijn om al dat getob in de kiem te smoren. Alleen is ratio zelden opgewassen tegen emotie.

En dus bleef ik kauwen op de vraag: waarom kon ik niet tevreden zijn met wat ik had? Leefde ik verkeerd en was het tijd om de dingen over een andere boeg te gooien?

Dertigersdilemma’s

Ik mag me dan wel schuldig voelen over al die zeurderige zingevingsvraagstukken, volgens de Nederlandse psycholoog en loopbaanadviseur Nienke Wijnants, die het boek Twintigerstwijfels & dertigersdilemma’s schreef en zich specialiseert in de zingevingsvraagstukken van dertigers, is de mentale onrust die ik al een jaar lang ervaar een teken van de tijd.

Om te beginnen zijn er vandaag gewoon veel meer keuzes om over te twijfelen, zegt Wijnants. “Waar het leven van babyboomers nog grotendeels uitgestippeld was en een vast patroon volgde – afstuderen, trouwen, kinderen krijgen – zien we dat die vaste formule vandaag ontbreekt. Op zowat elk vlak van het leven zijn er enorm veel keuzemogelijkheden bijgekomen.”

Of we kinderen willen, hoe we leven, wonen en werken, welke soort relatie we erop nahouden: nog nooit hadden we zoveel vrijheid om ons leven in te vullen zoals we zelf willen. En met al die mogelijkheden om te kiezen, komt ook de druk om juist te kiezen.

“We houden die keuzes daarom ook graag open”, zegt socioloog Ignace Glorieux. “Want door te kiezen, sluit je ook veel andere mogelijkheden uit.”

Druk op dertig

We stellen ons die grote levensvragen – wie ben ik? wat wil ik écht? – ook almaar vroeger. “Waar babyboomers zich vroeger pas midlifecrisis-achtige vragen gingen stellen als de kinderen het huis uit gingen, zien we dat die vragen vandaag dus al veel vroeger spelen. En dat veel late twintigers of dertigers worstelen met vragen die we doorgaans met een midlifecrisis associëren.”

“Doordat we vroeger financieel onafhankelijk zijn en ook later aan kinderen en trouwen beginnen, ontstaat er een soort vrije denktijd rond de 30”, zegt Wijnants, “waarbij het aantal keuzemogelijkheden zo talrijk is, dat het enkel moeilijker is geworden om te kiezen. Tegelijkertijd speelt er ook tijdsdruk op, want je bent toch ook ál 30. Het kan aanvoelen alsof die grote levenskeuzes wel stilaan gemaakt moeten worden.”

Er ligt maatschappelijk gezien dan ook heel wat druk op 30 worden. Het lijkt nog steeds de leeftijd waarop we het voor elkaar moeten zien te krijgen. “Waarop we verwacht worden om te settelen en ook onze omgeving die verwachting begint uit te spreken”, vertelt hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe, wanneer ik met hem videobel.

Traditioneel houdt dat in: het hebben van een eigen huis en een standvastige relatie, eindelijk een antwoord vinden op de vraag of we al dan niet kinderen willen, wat professionele stabiliteit vergaren.

Elise Vandeplancke

Alleen komen dertigers vandaag op dat scharnierpunt in hun leven in een onzekere wereld. “Die traditionele mijlpalen zijn met andere woorden een stuk moeilijker te behalen”, vertelt Verhaeghe. “Huisvesting is peperduur geworden, relaties verlopen complexer en veel jonge mensen twijfelen of ze al dan niet kinderen willen.”

‘Vroeger hoefden ­dertigers niet na te denken of ze wel een huis konden kopen of een pensioen zouden hebben’

Paul Verhaeghe Hoogleraar psychologie

“Akkoord, op het vlak van seksualiteit, religie en gender hebben we meer keuzevrijheid, maar tegelijkertijd is er ook veel meer onzekerheid. Zul je een eigen huis kunnen kopen en later een pensioen hebben? Dat zijn dingen waarover dertigers twee generaties geleden gewoon niet nadachten, maar die nu veel meer spelen.”

Daardoor hebben sommige dertigers het gevoel dat ze gefaald hebben wanneer hun leven er op hun 30ste niet uitziet zoals dat van hun ouders. Terwijl de huidige samenleving hen dat in sommige gevallen gewoon niet toelaat.

Jeugd als betaalmiddel

Dat sentiment zie ik ook weerspiegeld wanneer ik op Instagram deel dat ik aan een reportage werk over de worstelingen met zingevingsvraagstukken rond mijn 30ste. Er lijken, afgaande op de reacties, twee kampen te bestaan: zij die de typische maatschappelijke mijlpalen nastreefden en behaalden, en met een knagende leegte achterbleven, en zij die dat niet deden of konden, en nu het gevoel hebben dat ze achterlopen in het leven.

‘Eerdere ­generaties waren trots om volwassen te zijn, waar we vandaag vooral jong willen blijven’

ignace glorieux Socioloog

Het helpt niet dat jeugdigheid een betaalmiddel op zichzelf is geworden. Denk maar aan al die 30 under 30-lijstjes, waarbij iemands jonge leeftijd als een soort megafoon voor hun succes functioneert. “Er wordt in onze samenleving enorm gedweept met jeugdigheid en er ligt een grote focus op het belang van jong blijven”, zegt ook socioloog Ignace Glorieux.

“Ik denk dat eerdere generaties volwassenheid meer waardeerden. Het was iets om trots op te zijn, terwijl iedereen vandaag vooral jong wil blijven.”

In die sociale context kan 30 worden, absurd genoeg, aanvoelen als een soort eindpunt. Als een deadline, die je gehaald of gemist kan hebben.

Onechte drijfveren

Maar zelfs het wél behalen van die traditionele mijlpalen is dus nog geen garantie op een gevoel van innerlijke vervulling. Hoe kan het dat een leven dat er op papier nochtans geslaagd uitziet, toch te mager aanvoelt?

Ik klop weer met de vraag aan bij Nienke Wijnants. Volgens haar loopt het mis doordat we ons bij het maken van onze keuzes, bewust of onbewust, te veel laten leiden door onze omgeving. “We denken vandaag allemaal wel dat we onze eigen keuzes maken, maar eigenlijk gaan veel dertigers gebukt onder wat ik de nieuwe religies van deze tijd noem”, zegt ze.

“Namelijk: het materialisme en het individualisme. We moeten allemaal uniek zijn en het beste uit onszelf halen. We moeten de laatste iPhone hebben en willen drie keer per jaar op vakantie. Onbewust laten we ons enorm leiden door wat de samenleving van ons verwacht en door wat anderen doen, waardoor we onze keuzes dus maken op basis van onechte drijfveren.

‘Vaak stellen dertigers doelen die niet uit ­zichzelf ­voortkomen. Willen en moeten worden met elkaar ­verward’

Nienke Wijnants Psycholoog

“Je ziet dat bijvoorbeeld heel vaak bij carrièrekeuzes van dertigers. Ze kozen een job omdat hun ouders dat van hen verwachtten of omdat ze er veel geld mee wilden verdienen, en zijn dan verrast wanneer het behalen van die doelen hen niet echt vervult. Vaak zie ik dat bijna de helft van de doelen die dertigers zich stellen niet uit zichzelf voortkomen. Willen en moeten worden met elkaar verward”, legt Wijnants uit.

Het klinkt allemaal ontzettend herkenbaar. Ook ik wist uiteindelijk niet meer welke doelen ik nu had nagestreefd omdat ik ze zelf belangrijk vond, of omdat ik dacht dat ik ze belangrijk moest vinden.

Een jaar lang werd ik achtervolgd door een reeks schijnbaar onoplosbare vragen die me als kwelgeesten op de hielen zaten. Wilde ik nog meer experimenteren in de liefde en met seks? Zou het me goed doen om ook voor het eerst eens echt alleen te wonen, te zien dat het me ook lukt om mezelf in leven te houden zonder partner? Maakte het schrijven me nog wel echt gelukkig, of was het in de loop der jaren vooral een manier geworden om mijn bankrekening boven nul te houden?

Er is een essay van de Amerikaanse schrijfster Joan Didion dat ik al jaren regelmatig herlees. Maandenlang kan ik het vergeten, maar telkens lijkt het me op miraculeuze wijze terug te vinden. In Goodbye to All That schrijft Didion over hoe ze als frisgewassen twintiger het grote, met mogelijkheden volgestouwde New York binnenkwam.

Ze zat vol ambities om schrijver te worden en had net een stage bij het prestigieuze modeblad Vogue te pakken. Maar op haar 28ste was de magie uitgewerkt en leken de stad en het leven die zich ooit zo gewillig voor haar openden, wat van hun glans verloren. In haar wonderschone essay schrijft ze over de existentiële malaise die haar op haar 28ste overviel:

‘That was the year, my twenty-eighth, when I was discovering that not all of the promises would be kept, that some things are in fact irrevocable and that it had counted after all, every evasion and every procrastination, every mistake, every word, all of it.’

Het is een sentiment dat ik misschien nu pas voor het eerst begrijp, nu ik zelf al lang genoeg met mijn eigen keuzes leef om er voor het eerst echt de consequenties van te ervaren.

En tegelijkertijd – ik weet het, ik weet het – is er nog genoeg tijd om, als ik wil, bij te sturen. Dat is het mooie, en dat is het moeilijke aan 30 worden.

Elise Vandeplancke

“Jij noemt het een crisis, en dat begrijp ik ook”, zegt Wijnants. “Maar ik zie het ook positief: hoeveel aantrekkelijker is het om je met deze vragen bezig te houden op je 30ste, wanneer je leven nog voor je ligt en je dingen kan veranderen, dan op je 50ste?”

De identiteitscrisis als kans, met andere woorden, om het daarna anders aan te pakken. Op een manier die beter aansluit bij wat je écht verlangt van het leven, niet de dromen die anderen je hebben ingeprent.

Eigen keuzes maken

Al volstaat het vaak niet om gewoon te wachten tot de onrust uit je botten verdwijnt. We moeten ook echt in actie komen als we in het reine met onszelf willen komen, waarachtig willen leven.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. “Besef in de eerste plaats dat je keuzes gestuurd worden door de verwachtingen van anderen, en probeer dan te achterhalen wat je nu echt zélf wil, wars van de maatschappelijke verwachting”, zegt Wijnants.

“Voor sommige mensen is dat een moeilijke stap. Ze weten niet meer wat ze nu precies van het leven verlangen. Dan kan het helpen om eens na te gaan wat je als kind leuk vond om te doen. Denk na waar je goed in bent of waar je blij van wordt. Vraag je af wat je kernwaarden in het leven eigenlijk zijn.”

Tenslotte moet je ook keuzes maken die daarbij aansluiten, klinkt het. “Dat is spannend, maar als je die eerste twee stappen goed doorlopen hebt, wordt dat vaak gemakkelijker.”

Didion loste haar existentiële malaise op door van New York naar Los Angeles te verhuizen en te trouwen met schrijver John Gregory Dunne. Ik ging piano spelen, iets wat ik me al jaren voornam maar waar ik nooit tijd voor leek te vinden. Ik experimenteerde met relatievormen en ging naast schrijven om den brode ook weer voorzichtig gedichten schrijven. Ik nam me voor om mijn zelfwaarde niet meer te laten afhangen van het bedrag dat elke maand op mijn bankrekening verschijnt.

“Kies voor zaken waarvan je warm wordt en die niet enkel een economisch belang dienen”, tipt ook Paul Verhaeghe nog. “En besef dat zingeving niet iets is wat je helemaal alleen kan maken. Het komt vooral in groep tot stand. Dat zijn we in onze individualistische samenleving wat verleerd. Probeer je dus samen met een aantal mensen te verenigen, als dat lukt. Al is het maar omdat je met z’n drieën totaal gefascineerd bent door AI.”

Sisyphus

Ik hoor gelukkig ook positieve geluiden van dertigers die de andere kant van de canyon hebben bereikt. Een vriendin van 34 vertelt me hoe blij ze is om geen twintiger meer te zijn, omdat ze nu minder druk voelt om verwachtingen in te lossen die niet bij haar passen.

“Ken je het verhaal van Sisyphus die telkens die zware rots omhoog duwt, die dan telkens weer naar beneden rolt? Op een bepaald moment besef je hoeveel gemakkelijker het is om die steen niet meer omhoog te torsen en om gewoon zo naar boven te lopen.”

Ik begrijp, denk ik, wat ze bedoelt. Ik werk dit stuk af in mijn laatste week als twintiger en wanneer mijn hoofd na een dag schrijven mistig is geworden, loop ik de stad in. Ik wandel voorbij het appartement waar ik woonde toen ik 21 was, voorbij de plek waar ik de daaropvolgende vier jaar doorbracht, en steek uiteindelijk de sleutel in de deur van het huis waarvoor ik maandelijks een lening aflos.

Ik had verwacht me op mijn 30ste verder dan ooit verwijderd te voelen van de zoekende, twijfelende twintiger die ik ooit was, maar gek genoeg voel ik me meer dan ooit met hem verwant.

Ik ben mijn absolute zekerheden kwijtgeraakt, besef ik. Misschien, denk ik nu, ben ik er eindelijk van bevrijd. Ik probeer de ruimte tussen de vraag en het antwoord geduldig uit te zitten, ze als een kans te zien. De tijd die voor me ligt als witruimte, klaar om opgevuld te worden.

https://www.demorgen.be/beter-leven/waarom-belanden-dertigers-in-een-identiteitscrisis-ik-ging-van-zeurende-ontevredenheid-naar-acute-paniek-en-radeloosheid~b791cb7a/?utm_medium=Social&utm_source=Facebook&fbclid=IwY2xjawPXc6xleHRuA2FlbQIxMABicmlkETBNbFpaMGJLbTg3bGFrYjFUc3J0YwZhcHBfaWQQMjIyMDM5MTc4ODIwMDg5MgABHlBi_kz1Vp6L9LeMLmZb74ikKeKgbqMsAtGu0ygeMaNBUXQY3eQ3INH9wBI0_aem_SGCJC6uI7-iBKF3pDvt2vA#Echobox=1764495480